expositie
| Door Michel Martinus, bij schilderij ‘The red dress’ van Arthur Bernard
Idool ik ken haar en ken haar niet, maar zij doet mij denken aan de print op mijn boekentas, de foto op mijn tienerkamer, want in mijn verliefde puberhart was er alleen plaats voor die Franse femme fatale uit de jaren vijftig en zestig, overal ging zij mee, overal droeg ik BB. Zoals hier in doorkijk- en opwaaijurk, zo frivool als toen in schaarse streken herkenbaar vastgelegd. Geen droom ouder geworden. MM ARTHUR BERNARD Geboren in Mechelen, België (1939). Omdat hij al van jongs af aan tekende was het niet verwonderlijk dat Arthur Bernard al op 15-jarige leeftijd met de opleiding aan de Academy of Fine Arts in Mechelen begon. Echter, hij maakte deze opleiding niet af, voornamelijk omdat er in die tijd zoveel te ontdekken was. En hij vond het programma conservatief, hij wilde meer. Jaren later realiseerde Arthur zich dat hij simpelweg te jong en rebels was en volgde hij andere opleidingen om zich de verschillende technieken eigen te maken. In die tijd las hij een boek van André Malraux en één zin raakte hem zo dat hij die nooit is vergeten. "J'appele artiste celui qui invente des formes et artisan celui qui les copie''. Hij realiseerde zich dat het schilderen van realistische schilderijen van landschappen en figuren niet genoeg voor hem was. Er moest meer zijn. Maar hoe? Hoe kon hij de emotie in zijn schilderijen brengen? In die tijd begon hij te schilderen vanuit zijn hart in plaats van met zijn hoofd. Ook schilderde hij vanuit zijn herinneringen. De overblijfselen van beelden, niet wat hij had gezien, maar wat er nog van over was op dat specifieke moment. In het begin dacht Arthur Bernard dat schilderen een evolutie was van figuratief naar abstract. Mondriaan is hiervan een goed voorbeeld. Maar dat is niet de manier waarop Arthur Bernard werkt. Hij verwerkt figuratie in abstract werk. De tekening is altijd zichtbaar in zijn schilderijen en erg belangrijk voor hem. Totale abstractie geeft hem niet genoeg emotie. Hij heeft slechts een klein beetje figuratie nodig, de uitdaging en de beste resultaten worden gecreëerd bij het toevoegen van abstractie in een schilderij. Als Arthur Bernard begint te werken aan een maagdelijk wit doek, weet hij nooit waar het uiteindelijk uitkomt. Hij schrijft op het doek met veel verf en zelfs flarden poëzie. Altijd met muziek op de achtergrond. Schilderen in stilte vindt hij niets. Zelfs als hij in de tuin werkt, hoort hij muziek. Stravinsky en Gorecki zijn op dit moment favoriet. Soms maakt de muziek dat hij zich niet comfortabel voelt, maar dit gevoel gebruikt hij om de strijd aan te gaan. Altijd hoopt hij weer dat hij een schilderij afkrijgt in één dag, maar dat is onmogelijk. Soms begint hij met een figuur en eindigt hij, dagen of weken later met een landschap. Altijd gaat hij door aan een doek totdat hij niet meer weet wat hij moet doen om het beter te maken. Soms is hij heel blij met het resultaat, als hij een schilderij af heeft, om de volgende morgen te ontdekken dat het nog niet goed genoeg is. Het schilderij gaat op zijn kop en hij begint opnieuw. Zijn vrouw vraagt hem vaak: “Wat is er gebeurd met het schilderij dat je een paar dagen geleden hebt gemaakt, die vond ik mooi. Heb je het verkocht?” Nee, hij vond het simpelweg niet goed. In het verleden wilde Arthur Bernard altijd uitvinden wat de reden was van ons bestaan (de zin van het leven). De film ‘Lost Highway’ van David Lynch veranderde die gedachte. Het is niet nodig om een reden te vinden. Laat het over je komen, absorbeer wat je ziet, wat je hoort. Het liefst zou hij iedere dag schilderen, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, maar dat is niet altijd mogelijk. Als cliënten en galeriehouders hem bezoeken, bijvoorbeeld. Dan praat hij over exposities, hij heeft een heel plezierig sociaal leven. Als hij ’s avonds naar bed gaat met de gedachte dat hij de volgende morgen gaat schilderen, kan hij haast de slaap niet vatten, alsof hij al begonnen is met schilderen in zijn hoofd. De volgende morgen weet hij exact wat hij moet doen. Maar als hij dan voor het doek staat realiseert hij zich dat hij helemaal vergeten is wat hij eigenlijk wilde schilderen,en besteedt hij de rest van de morgen aan het zich afvragen wat er uit zijn penselen zal komen. "The world of a happy man is different from that of the unhappy man" (Wittgenstein / tractatus logico) werd zijn motto. Hij heeft geleerd te accepteren tot wie hij geworden is, en wie de mensen om hem heen zijn. Alhoewel hij schilderen moeilijk vindt kan hij niet zonder. Arthur Bernard is erg gelukkig met zijn leven als kunstenaar. Laatst was er een opening van een expositie van zijn werk, en terwijl hij stond te praten met wat bezoekers, vroeg hij aan één van de bezoeksters of zijn schilderijen haar bevielen. Zij zei: “Er is altijd hoop in uw schilderijen”. Zoiets had nog nooit iemand tegen hem gezegd en hij was zo verbaasd dat hij vergat te vragen wat zij daarmee bedoelde. Maar, het was niet zo belangrijk om de bedoeling te achterhalen. Het feit dat de vrouw dit gevoel kreeg bij het werk, gaf hem een goed gevoel. ________________________________________ Door Michel Martinus, bij beeld ‘Ontwaken’ van Marti de Greef Ontwaken Vanuit de slaapstand der dingen wakker geworden, als een prille gedachte, ontkomen aan de fase tussen hangen en wurgen, tussen liggen en staan, stilaan ontwaken in drie hoofden en uit een versteende beweging, tot een drie-eenheid opstaan. MM MARTI DE GREEF Marti de Greef woont en werkt in Eindhoven op de plaats waar hij in 1951 geboren is. Hij volgde de avondopleiding aan de Academie Industriële Vormgeving, de vrije richting, te Eindhoven. Marti giet zelf zijn beelden en werkt ze, grotendeels, zelf af. Ook gaf hij les in bronsgieten. Hij maakt beelden en penningen in opdracht voor particulieren, bedrijven, instellingen en gemeenten. Hij is lid van de Nederlandse Vereniging voor Penningkunst. Vooral maakt hij vrij werk, voornamelijk in brons maar ook in cortenstaal en lood, en exposeert dit bij diverse galerieën in binnen- en buitenland. Wat frappeert in de beelden van Marti de Greef is de wijze waarop hij zijn figuren dramatiseert en vervult van sterke emoties en gepassioneerde beweging. En tegelijkertijd de wijze waarop hij z’n figuren oplaadt met energie, kracht en iets onverzettelijks soms. Gevoel, emotie, passie, gekoppeld aan energie en kracht. Hoe krijgt Marti de Greef die twee aspecten die elkaars tegendeel lijken, toch verenigd? Het antwoord daarop ligt in Marti zelf. In zijn hart woedt de passie, het wordt bewogen door zijn gevoel en emoties, maar in zijn schouders, zijn armen en zijn handen huist de gestaalde spierkracht die daar is opgebouwd in jarenlange zware arbeid in gieterijen. En beide elementen voegt hij toe aan de klei en de was waaruit hij zijn beelden kneedt. Marti schroomt niet zijn figuren te deformeren. We kunnen zien dat hij enerzijds lichaamsdelen uitvergroot, zwaar accentueert, en anderzijds lichaamsdelen afknot, of zelfs geheel weglaat. Hij verheft daarmee zijn beelden boven het niveau van de simpele nabootsing van de werkelijkheid. Sterker nog, door weg te laten bereikt hij een vormentaal die onafhankelijk is van de wereld die zich rondom ons aandient en opdringt. Door uitvergroting, afknotting of zelfs geheel weglaten creëert de kunstenaar een autonome vorm die de schoonheidsbeleving vergroot en sublimeert. Statement: Met anatomische vervormingen tast hij weliswaar het beeld van mens en dier aan, maar kan hij ook ingrijpen in de compositie zoals hij zich die heeft voorgesteld. Zo ontstaat een nieuw evenwicht dat niet meer met de natuur te maken heeft maar des te meer met zichzelf. |

